Veertig jaar 100 Cols

(door Jan Bijma, 2019)



Jubilerende 100 Cols Tocht is mooier en zwaarder dan ooit


(Artikel geschreven voor het Fietssport Magazine van de NTFU, maar vanwege gebrek aan plaatsingsruimte nog niet gepubliceerd).



De 100 Cols Tocht, de zwaarste fietstocht ter wereld, viert dit jaar zijn veertigste verjaardag. Het begon met het evenementenprogramma van 1979, waarin een advertentie verscheen van de NRTU, de Nederlandse Rijwiel Toer Unie (zoals de NTFU toen nog heette). De “Zwaarste Fietstocht ter Wereld” werd er in aangekondigd.



Vierduizend kilometer over 100 cols, allemaal in Frankrijk. Geheel op eigen gelegenheid te rijden. Je mocht er jaren over doen. De etappe-indeling mocht je zelf bepalen, alsmede je overnachtingsplaatsen. Er was niets georganiseerd.

De aankondiging bleek een beetje prematuur, want er was eigenlijk alleen nog maar een idee. Pas later dat jaar kwam er een routebeschrijving vol tikfouten beschikbaar, die niet meer voorstelde dan een opsomming van de cols, met daartussen een aantal plaatsnamen waar je door kwam en de wegnummers van de wegen waarover dat moest. Dat waren vooral grote, soms héle grote wegen, omdat de route was uitgezet over de kortste weg van col naar col.

De tocht startte in de Vogezen, in Bitche vlak bij de Duitse grens. De route ging via een deels onverhard stukje Duitsland en over een aantal Vogezencols richting Jura, en vandaar naar de Alpen, met tot slot de Mont Ventoux. Via de Cevennes ging het verder naar de Pyreneeën, over o.a. de Tourmalet en de Aubisque. Vervolgens ging het door het Centraal Massief weer retour richting Vogezen om te eindigen in Molsheim.


Tijdgeest

Het paste in de tijdgeest, waarin steeds spraakmakender evenementen werden georganiseerd. Het was de tijd van Raas en Knetemann, van Kuiper en Zoetemelk, en het peloton toerfietsers groeide in korte tijd naar tienduizenden NRTU-leden. De Tour de France werd enorm populair bij de toerfietsers, en steeds meer fietsers togen naar Frankrijk om de grote cols zelf eens van nabij mee te maken.

De explosief groeiende NRTU (het bondburo was kort daarvoor verhuisd van de zolder van de voorzitter naar een flatje in Zoetermeer) speelde daarop in met de organisatie van soms megalomane fietsevenementen. Er werden fietsweken georganiseerd in Zuid-Afrika en Israël, een Euraudaxtocht van 1000 km, een touretappe van Metz naar de Ballon d’Alsace met Jan Jansen, daags voor de renners dat deden. Het kon niet op. En in dat klimaat leek het de NRTU ook een goed idee om een immens zware fietstocht uit te zetten over al die cols uit de rijke Tourhistorie.

Het waren de gouden jaren van het toerfietsen. Maar al gauw keerde de voorspoed om in tegenspoed. De buitenlandse evenementen bleken te zijn bekostigd uit subsidies die daarvoor niet bedoeld waren, en dus terugbetaald moesten worden. Ook was er sterke verdenking van malafide declaratiegedrag van sommige bestuursleden.

Nadat accountants weigerden de jaarrekening goed te keuren barstte de bom in 1980. Het bestuur ontplofte, er kwam een interimbestuur dat orde op zaken moest stellen, en daarna bleek dat de NRTU achterbleef met een enorme schuld. De Unieraad van de NRTU besloot uiteraard subiet dat het afgelopen moest zijn met al die buitenlandse evenementen, waardoor ook de 100 Cols Tocht weer ter ziele ging.


De 100 Cols Tocht overleefde de rampjaren

Gelukkig werd de NRTU in hoog tempo opnieuw opgetuigd, dankzij de tomeloze inzet van achtergebleven bestuurders. Maar daar hadden we de 100 Cols Tocht niet mee terug.

Inmiddels was de tocht al gereden door enkele fietsers, met name van RTC De Domstad uit Utrecht. Die vonden de teloorgang van zo’n mooi fietsevenement onverteerbaar. Ze vroegen het nieuwe hoofdbestuur of zij de 100 Cols Tocht mochten voortzetten, en kregen daarvoor toestemming. In 1982 kon je je weer inschrijven voor de 100 Cols, maar dan bij RTC De Domstad.

De Domstad pakte dat voortvarend aan. De route werd grondig herzien. De startplaats werd verplaatst naar Wissembourg om van die rare onverharde weggetjes in Duitsland af te komen. De route werd omgekeerd. Linksom, dus eerst het Centraal Massief en de Pyreneeën, en daarna pas Alpen en Jura. De Col de la Bonette van 2800 meter in de Alpen, en de Grand Colombier in de Jura werden in de route opgenomen. In 1990 kwam er opnieuw een grote wijziging. De start en finish werden verplaatst naar Haguenau, zodat je weer op hetzelfde punt uitkwam als waar je gestart was. Tweeëntwintig kleine cols werden vervangen door andere, waardoor de route veel mooier werd. En ook veiliger, want de meeste grote wegen waren uit de route gehaald. In 2005 werd een extra lus in Frans Baskenland in de route opgenomen, met onuitspreekbare cols als Burdincurutcheta en Haritzcurutche. Door veel deelnemers wordt dit beschouwd als het zwaarste deel van de toch al extreem zware route.


De 100 Cols nu

In de jaren daarna werd de route elke twee jaar opnieuw verbeterd. De start werd opnieuw verplaatst naar een plek waar je ook met de trein gemakkelijk kon komen. Niet alleen de route, ook de organisatie werd op een hoger plan gebracht. De tocht is allang niet meer in beheer bij RTC De Domstad, want de 100 Cols is daarvoor veel te groot geworden. Die organiseer je er niet zomaar een beetje bij. De organisatie ligt al vijftien jaar bij een stichting die met behulp van veel vrijwilligers de tocht up to date houdt. Je krijgt nu niet alleen een routebeschrijving, maar ook een GPS-route en een heel pakket informatie, zoals lijsten met overnachtingsadressen. De website van de stichting (www.100cols.nl) staat vol informatie hoe je zo’n tocht het beste kunt aanpakken, of je dat nou met een volgauto doet of met complete kampeerbepakking.

Waar in de jaren ’80 de 100 Cols nog werd gereden door hooguit 20 deelnemers per jaar, tegenwoordig zijn dat er tussen de 50 en 150. Vaak wordt de tocht gereden door organisaties, die dat als een arrangement aanbieden compleet met bagagevervoer en overnachting. Ook in 2020 wordt er weer een verzorgd arrangement georganiseerd. Het deelnemersveld is tegenwoordig niet meer uitsluitend Nederlands, ze komen nu van over de hele wereld. Vooral uit België, Frankrijk en Engeland, maar ook uit bijvoorbeeld Canada, Australië en de Verenigde Staten. Meer dan 2000 fietsers zijn ingeschreven als deelnemer, waarvan ruim 500 de 4000 kilometer volbrachten.

Van de oorspronkelijke route uit 1979 zijn eigenlijk alleen de grote cols in het hooggebergte overgebleven. De rest van het parcours is vervangen door schitterende weggetjes in uitgestrekte natuurparken. Daardoor is de tocht niet alleen veel mooier geworden, maar ook veel zwaarder. De denivellatie (dat is het totale hoogteverschil) is van 48.000 meter in 1980 gegroeid naar bijna 70.000 meter nu. Er zijn extreem lange hellingen van meer dan 20 km, maar ook korte venijnige van meer dan 15%. Maar zonder uitzondering liggen ze in adembenemende landschappen. Door veel deelnemers wordt de tocht ook beschouwd als het allermooiste dat er te fietsen valt.

Op de website is een compleet register te vinden van alle geslaagde deelnemers. Ruim een tiende van de 500 succesvolle deelnemers heeft dat meer dan eens gedaan. Sommigen zijn elk jaar op het parcours te vinden en hebben intussen meer dan tien 100 Cols Tochten op hun naam staan. Het is verslavend..

- o -